De RD8200™-localisator heeft de volgende specificaties:
1.1 Localisator van precisie, multifunctioneel, voor het lokaliseren van kabels en leidingen onder de grond.
1.2 Het apparaat wordt gebruikt voor het lokaliseren van de positie/route van kabels en leidingen onder de grond, het detecteren en markeren van isolatiefouten in kabels en leidingen onder de grond en het maken van inspectieverslagen van de locatie van kabels en leidingen onder de grond.
1.3 De standaarduitrusting bestaat uit een localisator, een snelstartgids, een USB-kabel en een gebruikershandleiding.
2.1 De gevoeligheid is 6E-15 Tesla en 5 µA op 1 meter (33 kHz).
2.2 Het dynamische bereik is 140 dB rms/√Hz.
2.3 De selectiviteit is 120 dB/Hz.
2.4 De nauwkeurigheid van de dieptemeting is ± 3%.
2.5 De nauwkeurigheid van de lokaliseringsmeting is ± 5% van de diepte.
2.6 De bandbreedte van de actieve lokaliseringsfilter is ± 3 Hz bij 0 < 1 kHz en ± 10 Hz bij ≥ 1 kHz.
2.7 De opstarttijd is <1 seconde.
2.8 De maximale leesdiepte is 30 meter voor kabels/leidingen en 19,5 meter voor sonde.
3.1 De localisator heeft vijf modi: Pico, Peak+, Oriëntatie, Broad Peak en Nul.
3.2 De gaincontrole is automatisch in de oriëntatiemodus en handmatig in de andere modi.
3.3 De localisatiefrequenties kunnen worden ingesteld op maximaal 5 extra frequenties in het bereik van 50 Hz tot 1 kHz met een resolutie van 1 Hz.
3.4 De actieve lokaliseringsfrequenties zijn 21 frequenties, waaronder ELF (98/128 Hz), 512 Hz, 570 Hz, 577 Hz, 640 Hz, 760 Hz, 870 Hz, 920 Hz, 940 Hz, 1090 Hz, 1450 Hz, 4096 Hz, 8 kHz, 8440 Hz, 9820 Hz, 33 kHz, 65 kHz, 82 kHz, 83 kHz, 131 kHz en 200 kHz.
3.5 De sondefrequenties zijn 512 Hz, 640 Hz, 8 kHz en 33 kHz.
3.6 De localisator heeft een functie voor het detecteren van isolatiefouten in kabels en leidingen onder de grond.
3.7 De localisator heeft 14 paren van Current Direction-signalen.
3.8 De localisator heeft vijf modi voor passieve lokaliseren: Potentiaal, Radio, CPS, CATV en Evitar señales pasivas.
3.9 De localisator heeft een functie voor het filteren van armfonische signalen.
3.10 De localisator heeft een informatie-scherm dat de volgende gegevens weergeeft: signaalsterkte, modus, lijntype, diepte, stroom, gain, frequentie, batterijstatus, volumeniveau en GPS-status.
3.11 De localisator heeft een functie voor het produceren van geluidstonen voor navigatie en waarschuwingen.
3.12 De localisator heeft een functie voor het lokaliseren van accessoires.
4.1 De localisator heeft een functie voor het waarschuwen van de gebruiker wanneer een kabel of leiding onder de grond wordt gedetecteerd op een diepte van minder dan 30 cm.
4.2 De localisator heeft een trilfunctie die wordt geactiveerd wanneer de gebruiker een waarschuwing ontvangt.
4.3 De localisator heeft een functie voor het waarschuwen van de gebruiker wanneer de localisator te veel wordt bewogen.
4.4 De localisator heeft een functie voor het automatisch aanpassen van de gain om sterke signalen te compenseren.
4.5 De localisator heeft een functie voor het waarschuwen van de gebruiker wanneer de localisator wordt overbelast.
4.6 De localisator heeft een functie voor het meten van de stroomrichting in kabels en leidingen onder de grond.
4.7 De localisator heeft een functie voor het bedienen van de zender op afstand.
4.8 De localisator heeft een functie voor het veranderen van de lokaliseringsfrequentie om storingen te vermijden.
4.9 De localisator heeft een functie voor het weergeven van de diepte en de stroomsterkte van de kabel of leiding onder de grond.
4.10 De localisator heeft een functie voor het opslaan van inspectiegegevens.